Bezoar

GWET, GUM, collectie geschiedenis van de wetenschappen

Een bezoar of enteroliet is een massa, al dan niet versteend, materiaal aanwezig in het maagdarmstelsel van dieren. Deze in het bijzonder werd teruggevonden bij een Pyrenese gems (Rupicapra rupicapra) en werd verzameld door dr. Henri Van Heurck. Een bezoar ontstaat door het herhaaldelijk en frequent inslikken van onverteerbaar of moeilijk verteerbaar materiaal, vaak haar. Waarna laagjes maagafzetting zich rond de onverteerbare substandie wikkelen. De aanwezigheid van een bezoar is vaak symptoomloos tenzij die obstructie veroorzaakt. Vroeger werden geneeskrachtige eigenschappen aan bezoaren toegeschreven.

De bezoar lijkt bijna mythisch. Het is een absurd object. Het is een object van geduld. Bijna als een omgekeerde parel. De link met de drie potten van kunstenaar Athar Jaber is direct. Jaber is beeldhouwer. Het wegkappen van steen is een daad van geweld. Het is het tegengestelde van de bezoar, die laag per laag is opgebouwd. Tijdens de ontwikkeling van Jaber’s praktijk hield de kunstenaar marmergruis bij. Deze kleine steentjes stak hij in potten. Per pot goot Jaber een vloeistof bij de stenen: olie, honing en rode wijn. Intrinsiek wilde de kunstenaar testen of hij de stenen kon kleuren. Maar tijdens het wachten op verkleuring ontwikkelde zich een ander bewustzijn: het zijn objecten van verering geworden. Ze zijn zwaar en log. Ze veranderen inwendig. De vloeistoffen zijn die uit de religieuze geschriften. Het zuur van de wijn lost langzaam het kalk van het marmer op. De honing versuikert. De olie wordt dikker. 

Kunstenhuis Marktstraat 100, 8530 Harelbeke

  • White Instagram Icon
  • Facebook Clean