Tandheelkundig instrumentarium

GWET, GUM, collectie geschiedenis van de wetenschappen

Deze reeks tandheelkundige instrumenten toont verschillende voorbeelden van zogenaamde articulatoren en werden ingezet in de praktijklessen binnen de opleiding tot tandarts. Een articulator laat toe de bewegingen van het kaakgewricht na te bootsen. Dit is voor de tandarts en tandtechnicus van belang voor het vervaardigen van een prothese, kroon of brugwerk. Deze dienen immers zo vervaardigd te worden dat ze bij kauwen, slikken, spreken, … perfect functioneren en geen hinder veroorzaken.

Deze objecten doen onmiddellijk denken aan instrumentaria uit science-fiction films of aan de horrror-scène. Ze zijn scherp en precies. Ze sluiten perfect aan bij Jan Vandeplancke’s Kin-Klop-Dag. Vandeplancke speelt met het concept ‘op de kin kloppen’ – er valt niets te ‘bikken’, niets te eten, maar ook niets te ontdekken. Zijn sculptuur is eveneens scherp en precies. De aangename houten materialiteit staat in schril contrast met het verchroomde metaal. De tand als wapen. De tand als twijfel. De tand des tijds – vaak als identificator van overledenen of als sleutel bij het ontcijferen van oeroude skeletten. Zowel Vandeplancke’s werk als de tandheelkundige instrumentaria stralen iets eng uit. Alsof ze verbonden zijn met de dood. Een hierbij passende annecdote schetst een grote opkomst van tandrot bij de Franse en Britse bevolking ten tijde van de Napolitaanse oorlogen. Dit kwam voornamelijk door de grote import van suiker uit de overzeese gebieden. Tandheelkunde stond nog niet op punt en tandartsen vonden er niets beter op dan tanden van doden op te kopen en bij patiënten in te planten. Deze tanden zaten echter los en begonnen al na enkele weken te rotten in de monden van de dragers. 

Kunstenhuis Marktstraat 100, 8530 Harelbeke

  • White Instagram Icon
  • Facebook Clean